Over de auteur

Barend Rombout (1958) heeft zijn brede kennis en ervaring opgedaan in Rotterdam. Hij werkt 25 jaar bij de politie in het centrum van Rotterdam, binnen verschillende afdelingen en vervolgens 18 jaar bij de gemeente Rotterdam, bij Bureau Veilig en Bureau Frontlijn. Als Westlander weet hij als geen ander, dat je problemen niet oplost in vergaderzalen door er over te praten, maar in de praktijk door de handen uit de mouwen te steken. Hetgeen niet wil zeggen, dat je er niet over moet nadenken, aldus Rombout. Nadenken en plannen maken doe je vanuit hetgeen je ziet en meemaakt in de praktijk. Dat is vele malen effectiever dan te ‘babbelen’ over allerlei mogelijke scenario’s.

Medio jaren ’70 werkt Rombout als ‘diender’ op straat. Hier maakt hij kennis met de rauwe werkelijkheid van de achterstandswijken in Rotterdam Centrum met drugshandel, prostitutie en grote armoede vooral onder migrantengezinnen. Een aantal jaar later krijgt Rombout de mogelijkheid om een drugsoverlastteam op te zetten. Met dit team behaalt hij positieve resultaten. De drugsoverlast wordt ingeperkt en dealers worden opgesloten. Buurtbewoners, vooral in het Oude Westen maar ook in andere oude wijken zijn blij met ‘Team Rombout’. Regelmatig krijgen ze tijdens nachtelijke acties applaus als er wéér een drugspand wordt gesloten. Ook tegen dealers op het befaamde en beruchte Perron Nul wordt destijds dagelijks opgetreden.

Halverwege de jaren ’90 maakt Rombout een overstap naar de recherche van de Rivierpolitie. Hier leidt hij een grootschalig fraudeonderzoek en ontwikkelt zich verder als leidinggevende. Daar krijgt hij de kans om zich verder te ontwikkelen, voorwaarde; hij moet zijn kennis als rechercheur inzetten voor zaken die onder de ‘uniformdienst’ vallen. Ook hier blijkt hij zijn creativiteit en energie bijzonder goed kwijt te kunnen. Rombout komt als het ware op een braakliggend terrein terecht, ‘met zijn schoenen in de modder’. De aandacht van de recherche gaat vooral uit naar grote drugs- en fraudezaken maar bij de geüniformeerde dienst ontbreekt het aan kennis. In korte tijd worden inbraken op binnenschepen aangepakt, containerdiefstallen opgelost en internationale bendes opgerold die zich schuldig maken aan grootscheepse autodiefstal voor het Midden-Oosten, Suriname en de Verenigde Staten.

Tijdens zijn laatste functie als wijkteamchef (Rotterdam Kralingen), heeft de aanpak van drugsrunners zijn aandacht maar hij krijgt ook ruimte voor ‘nieuwe zaken’. Er wordt een nauwe samenwerking met de hulpverlening opgezet in een periode dat politie en hulpverlening als ‘water en vuur’ zijn. Mbo-studenten krijgen de mogelijkheid om stage te lopen. Samen met een collega wint hij de ‘Korpsinnovatieprijs’. Vanwege het feit dat de vernieuwing en innovatie binnen de politieorganisatie moeizaam verloopt, maakt Rombout in 2000 de overstap naar ‘Bureau Veilig’ van de gemeente Rotterdam. Daar treft hij een directeur die een ‘Vernieuwer’ is en behoefte heeft aan samenwerking met iemand die plannen kan omzetten in effectieve uitvoering.

Project ‘Strevelsweg’ wordt gezien als het eerste ‘achter de voordeurproject’ in Nederland met een brede integrale aanpak. De overheid was niet gewend om ‘problemen actief op te zoeken’ en wierp geen kijkje achter de voordeur. Dit project met als primaire doel ‘het stoppen van illegale activiteiten’, maar het verlenen van sociale hulp speelt zeker ook een belangrijke rol. Dat was dringend noodzakelijk aangezien dodelijke schietpartijen, internationale drugshandel, illegale prostitutie, hennepkwekerijen, huisjesmelkers en heel veel sociale ellende bij bewoners hét ‘decor’ vormden. Bij bewoners wordt het vertrouwen teruggewonnen en binnen vijf maanden zijn veel zaken grondig aangepakt en zelfs beëindigd.

foto_barend

Na Project Strevelsweg heeft Rombout hetzelfde ‘kunstje’ bij verschillende andere deelgemeenten kunnen uitvoeren. Gedurende zijn werkzaamheden bij de gemeente Rotterdam wordt Rombout regelmatig in de gelegenheid gesteld het politieke besluitvormingsproces van dichtbij te volgen. Als operationeel projectleider is hij actief betrokken bij de afbouw en sluiting van de prostitutiezone ‘Keileweg’. Het onderlinge vertrouwen tussen hulpverleners, beveiligers, beleidsmakers en politie is op dat moment volledig weg terwijl er echter grote problemen spelen. Prostituees die zwaar verslaafd zijn, er is veel geweld en er worden zelfs een aantal moorden gepleegd. De ‘Keileweg’ stond destijds bekend als een ‘open drugsscene’. De eerste stap om een einde te maken aan de mensonterende omstandigheden is samenwerking tussen alle partijen en het onderlinge vertrouwen weer terugbrengen. De inspanningen van Rombout en zijn creativiteit en innovatiekracht blijven niet onopgemerkt. In 2006 richt hij in opdracht van de gemeente Rotterdam ‘Bureau Frontlijn’ op. Gesteund door een wethouder en concerndirecteur werkt hij nauw samen met medewerkers bij de bestrijding van armoede, de begeleiding van criminele jongeren en zorgen zij voor een adequate schuldhulpverlening. Middels de ‘Childrenzone’ worden kinderen in het basisonderwijs in de achterstandswijken extra ondersteund. Projecten en programma’s worden vrijwel altijd vanuit de praktijk ontwikkeld.

Rombouts werkwijze is relatief eenvoudig te noemen; signaleren wat er daadwerkelijk misgaat, ideeën opdoen en directe oplossingen bedenken, daar draait het om volgens hem. Ideeën toetst hij direct binnen zijn brede netwerk van diverse universiteiten en Hogescholen om daarna medestanders en geld te vinden. Vervolgens test hij in de praktijk of alles ook daadwerkelijk werkt. Mede hierdoor is zijn laatste programma ‘Moeders van Rotterdam’ ontstaan, opgezet met Bureau Frontlijn. Geboorte-uitkomsten in Rotterdam waren slecht en er was sprake van een hoge kindersterfte. Een groot aantal kinderen werd beschadigd geboren en sterft zelfs als gevolg van stress van hun moeders. Deze stress werd mede veroorzaakt door armoede en sociale ellende. Met een gynaecoloog van het Erasmus mc wordt een plan opgesteld dat precies past in de filosofie van Rombout, namelijk dat je zo vroeg mogelijk moet ingrijpen. Dat betekent dus flink investeren in mensen en sociale achterstanden wegnemen én kansen voor kinderen aanzienlijk vergroten.

Een mooi programma wordt gestart dankzij optimale samenwerkingen. Zowel bij de politie als bij de gemeente loopt Rombout tegen zaken aan waar hij zich serieus over verbaast. Van onderlinge samenwerking en de wil om problemen voor bewoners op te lossen is over het algemeen geen sprake. Deels omdat bij veel collega’s het inzicht ontbreekt over de werkelijke problematiek binnen de stad. Hoewel er bij de meeste collega’s nog sprake is van goede wil, werkt het beleid vaak averechts en wordt er voor de bewoners niet veel bereikt. Rombout heeft tijdens zijn gehele loopbaan bij de politie en de gemeente voortdurend geprobeerd om daar verandering in te brengen. Soms lukte dit, maar helaas was het in de meeste gevallen van tijdelijke aard en vielen afdelingen weer snel terug in oude patronen. Ook is er kritiek op Rombouts werkwijze, vooral als het gaat om de snelheid waarmee hij zaken wil ‘doordrukken’, en zijn kritische houding ten opzichte van de politie en de gemeente.

Desondanks weet hij jarenlang vol te houden vanwege goede resultaten en de niet aflatende steun van zowel een wethouder als een concerndirecteur. Bij het wegvallen van die steun, vind de gemeente de innovaties niet meer nodig. Mogelijk speelt het een cruciale rol dat Rombout in de loop van zo’n twintig jaar op de nodige tenen heeft getrapt. Hij zou te veel achter de burgers staan en te weinig achter de organisatie. Pieter Tops, hoogleraar in Tilburg, merkte daar gefrustreerd over op; ‘Eén ding weet je bij gemeenten zeker, als iets goed werkt dan wordt het om zeep geholpen’. Zowel de politie als de gemeente vormen voor Rombout een onbetaalbare leerschool. Hij heeft ontzettend veel gezien en vanuit de praktijk doet hij enorm veel kennis en ervaring op. Daarnaast doet hij zelfs nog een universitaire opleiding bestuurskunde en volgt hij diverse korte opleidingen en cursussen om zodoende praktijk en theorie aan elkaar te kunnen toetsen. Regelmatig maakt hij gebruik van de gelegenheid te sparren met hoogleraren en andere deskundigen over innovatieve plannen en ideeën.

Met zijn uiteenlopende kennis en vastberaden geloof in een beter, fatsoenlijker en rechtvaardiger land met een dito overheid, heeft Rombout dit bijzondere en eerlijke boek gevormd waarin hij de lezers actief laat meedenken hoe we Basisfatsoen weer terug kunnen winnen voor onze maatschappij, maar niet nadat hij eerst een realistische kijk ‘achter de schermen heeft gegeven’. Hij belicht de zaken vanuit een heldere visie en waarvan we misschien al wisten dát ze speelden alleen niet hoe en waarom? Rombout breekt met Basisfatsoen deuren open die anders dicht zouden blijven. Aan de hand van soms schrijnende praktijkgevallen daagt hij z’n lezers uit het vizier vooral te verbreden en minder ‘kort door de bocht’ mee te hobbelen over de soms slordig ‘geplaveide’ paden. Hij probeert de lezer te laten inzien dat er ook andere wegen zijn die in dit geval niet naar Rome leiden maar naar een betere samenleving voor ons allemaal, zonder uitzondering van specifieke groepen of individuen.

Met dit boek laat Rombout je achter met uitdagende taken en geeft hij voldoende ‘bouwstenen’ voor een prachtig nieuw ‘Sociaal Gebouw’ waarbij een belangrijk onderdeel niet mag ontbreken; Basisfatsoen!

 

De redactie